Opeens kwam het in me op dat het nu een goed moment was om mijn mening naar voren te brengen. Maar voordat ik wist waar het gesprek op dat ogenblik over ging kwam er al een tweede gedachte in me op die mij weerhield van inmenging in het gesprek dat nu al een tijdje gaande was. Dus hield ik mijn mond en wachtte op de volgende gedachte die in mij op zou komen.
Maar die liet een tijdje op zich wachten waardoor ik even tijd had de omgeving in me op te nemen. Ik keek uit het raam en zag een man met een hondje, een klein wit bruin hondje en ik verwonderde me erover dat ik niet wist wat voor hondje het was. Daarachter zag ik een soort kuil waarvan ik wist dat het een sloot was die de weg constant op een meter volgde. Het kwam in mij op met wat voor een precisie de wereld in elkaar zat en hoe weinig mensen dat eigenlijk opmerkten. Het gesprek tussen de twee mensen die naast mij zaten was even opgehouden en ik voelde dat ze aan het nadenken waren. Maar aangezien ik niets had gehoord en mijn gedachten nog half bij het hondje had, dat nu meegesleept werd door de man die geen tijd had om te wachten op een beetje gesnuffel aan een paaltje dat precies het fietspad door midden deelde, kon ik niet weten waar ze over nadachten en interesseerde het mij ook niets.
Ik keek naar de klok alsof daar een antwoord op al mijn onbeantwoorde verwonderingen vandaan zou kunnen komen, maar nee. Alleen van de tijd, die mij niets meer zei dan de rest van de wereld, werd ik mij bewust. Ik besloot de verdere dag niet meer naar enige klok of uurwerk te kijken, als stil protest tegen al het onzinnige dat men in de wereld had geschapen als houvast. Ik voelde me daar heel goed bij totdat ik me bewust werd van het geluid dat de klok produceerde op een bepaalde manier die gebood dat je eens in de zoveel tijd naar de maker ervan moet kijken. En hoe langer ik mij afkeerde van het aanzicht van de verleiding, hoe moeilijker het werd om het toen al indringende geluid te ontwijken, zodat ik al na enkele minuten die net zo goed seconden hadden kunnen zijn me tot de klok moest wenden die mij spottend aan leek te kijken en vernoeglijk zijn prijs in ontvangst nam: mijn voornemen was ijdel geweest en ik zei tot mezelf dat er niets was gebeurd, wat ook zo was aangezie!
n de wereld nog rond draaide.
De twee die mij eens hadden vergezeld aan de tafel waren opgestaan en vertrokken. Het was mij niet duidelijk of ze nog terug zouden komen, maar eerlijk gezegd kon het me ook niet echt boeien me lang met die gedachte bezig te houden. De man met het hondje was al uit mijn gezichtsveld verdwenen en opeens voelde ik me leeg. Van binnen. De eenvoud die er had bestaan in mijn wereld, voor zover ik die kon overzien door het raam, was verwisseld voor een natuurlandschap waar niets toevallig in was. Zelfs het paaltje wat alles doormidden deelde leek zijn plek te hebben gevonden. En ook toen het al later was en de ruimte een beetje voller werd kon niets die eenvoud schaden. Niet de fietsers die ijlings passeerden in de regen, die zich in het geheel had weten op te laten nemen, noch de passanten die af een toe vanuit de andere kant een blik door mijn raam lieten vallen. Misschien droegen die allen zelfs wel bij tot datgene wat zich vormde voor mijn ogen, nee eigenlijk voor mijn ogen te!
voorschijn kwam maar altijd al was geweest zonder dat iemand dat had beseft, zich er om had bekommerd. Want hoe meer mensen en voorwerpen het beeld doorkruisten, hoe duidelijker het beeld van alles wat bleef en altijd was geweest werd.
Ik was bijna kwaad geworden toen enige personen gingen zitten op de plek die ik gebruikte om naar het raam te kijken en via het raam mijn wereld buiten dat waar ik in zat te aanschouwen. Maar net op tijd schoot er een gedachte binnen die mij liet weten dat ik geen enkele reden had om boos te worden. En aangezien ik over het algemeen maar weinig gedachtes had die dag, had ik ruimschoots de tijd om over die gedachte na te denken. Tijd die ik eigenlijk niet geheel nodig had aangezien me al snel duidelijk werd dat de gedachte gelijk had. Ik had zojuist de wereld mogen aanschouwen. Wie was ik om nog meer te wensen in dit leven. En terwijl ik me nog bezig hield met dit gedachtegoed kwamen de mensen waar ik mijn tafeltje had gedeeld weer terug en ik besefte heel goed wat voor een verschil er was tussen mij en de rest van de wereld. Dit bedenkend sloot ik me weer aan bij de massa die zichzelf apart vindt en zo stapte ik het leven weer in. Maar de ervaring van de waarheid in de puurs!
te vorm zou niemand me meer af kunnen nemen. En ik sloot mijn ogen en ik genoot van datgene wat ik wist, niet wetend dat er nog zoveel was dat door mij ontdekt kon worden, genoegen nemend met mijn deel van het leven.
Nicole
Reacties
Anonieme reactie
Hey Nicole,
Verbeteringen komen in kleine stappen, en zo ook bij mensheid, aangezien er maar weinigen zijn die de 'donkere paden' durven te bewandelen.
Ben jij iemand die dit wel doet, dan kan je trots op jezelf zijn.
Vamar
Anonieme reactie
als ik jou was Nicole, zou ik echt de boeken van Jiddhu Krishnamurti maar eens gaan lezen...ik vermoed dat je dat heel herkenbaar en interessant zult vinden.
Hartelijke groet en blijf FRIS kijken...hartstikke goed!