Ervaring: Anders
Mijn hele leven hoor ik al dat ik ?anders? ben. Ja, iedereen is wel uniek, maar blijkbaar ben ik unieker. Waar dat aan ligt? Ik zou het niet weten. Mijn kraamverzorgster was niet zo iemand die met iedereen contact hield, mijn ouders waren de enige in al die jaren, en dan vooral om hun bijzondere kind. Ik heb babyfoto?s van mezelf gezien, en ik snap niet echt wat ze nou zo bijzonder aan me vindt? ik was best lelijk.
Ik groeide op, een leergierig meisje dat al ver voor was op haar leeftijdsgenoten. De leukste spelletjes bedacht ik, en subtiele dingen merkte ik op. Ik was gelukkig. En toch altijd bewust van mijn anders-zijn. Waarom vonden grote mensen mij altijd geweldig? Waarom kon niemand anders van die leuke spelletjes bedenken? Waarom-vragen kwellen mijn gedachten nog steeds, als een niet ophoudende zeurderige stem in mijn achterhoofd. Ik viel, ik stond op, ik leerde en faalde. In groep 3 ging er een wereld voor me open, de wereld van het boek. Ik ben nooit meer opgehouden met lezen.
Het leek perfect, zoals alles perfect lijkt aan de buitenkant, maar zonder te weten wat er zich van binnen afspeelt, is er geen perfectie. Het was in die periode dat ik ziek werd. Het begon af en toe, maar werd steeds vaker. Op school werd ik niet begrepen door andere kinderen, ik voelde precies aan hoe ze over me dachten. Het leren zelf vond ik heerlijk, maar de lesstof die op school gegeven werd vond ik te veel van hetzelfde. Ik wou sneller, meer, ik wou weten hoe de aarde in elkaar zat, hoe de mensen dachten, wat voor dieren er leefden! Buiten school om vond ik nieuwe hobby?s, muziek, de natuur, lezen, altijd lezen. Ik had wel een paar vriendinnen, maar dat werd ook steeds minder. Ik zat in de pauzes achter een boom, hopend dat niemand me zou zien. Tot ik een vriendin kreeg, die twee jaar ouder was, die een paar keer was blijven zitten. Het klikte goed, de creativiteit en energie die ik in haar zag spraken me enorm aan. Toen er in groep 8 een gedwongen scheiding kwam, heb ik nachten in mijn bed gehuild.
En ja, toen kwam de brugklas. Voor de ??n een verademing, voor de ander een hel. Voor mij was het dat laatste. Het kostte me ontzettend moeite om afscheid te nemen van mijn oude school, en het kostte me nog meer moeite om in de anonimiteit van de massa te verdwijnen. Ik heb me nooit kunnen aanpassen. Ook nu nog, nu ik in mijn laatste jaar zit, word ik gek van al die krioelende mensen die ergens heen willen gaan, duwend en scheldend. Het benauwt me meer dan ooit. Maar goed, de burgklas. Eng, nieuw en groots, dus ik klapte totaal dicht. Ik wou echt wel praten, een vriendin krijgen en giebelen, maar ik wist gewoon totaal niet hoe en wat ik zou moeten zeggen. A. nam me op sleeptouw, en al gauw hadden we een vriendinnengroepje van vier personen. In die tijd was ik ontzettend bezig met de Tweede Wereldoorlog, en A. ook. Ik vertrouwde haar mijn diepste geheimen toe. Hoe na?ef ik toen was, kan ik nu niet meer begrijpen. Mijn geheimen werden meteen doorvertelt, en er werd om gelachen. A. begon zich steeds vreemder te gedragen, de ene dag was ik haar beste vriendin en vertrouwde ze me alles toe, de volgende dag was ik lelijk en een aanstellerig kreng en zou het beter voor me zijn als ik nooit geboren was. Die leugens begonnen, naarmate ze steeds subtieler werden, door mijn hoofd te spoken, en ik kwam erachter dat ze veel waarheid in zich hadden. Waarom zou ik nog leven? Ik ben toch niets waard. A., die is pas waard om te leven, zij is zo aardig dat ze mij op sleeptouw neemt. Het kookpunt kwam toen zij, met de andere leden van het vriendengroepje, mij achterna kwamen uit school, met het doel om me in elkaar te slaan. Ik geloof niet dat ik ooit van mijn leven zo bang ben geweest als die dag. Het lijkt niets voor te stellen, maar denk je maar eens in dat drie meiden achter je aan fietsen met dat doel, die dreiging die ervan uit gaat, is vreselijk? ik ben overstuur thuis gekomen, en heb me meteen met een zakmes in de badkamer opgesloten. Ik was het voor mijn gevoel zelfs niet waard om bang te zijn, emoties mocht ik niet hebben. Ik was immers minder dan een dier? een dier mocht je zomaar doodmaken, geen haan die ernaar kraait. Ik probeerde het zakmes uit op mijn duim, en schrok ontzettend toen er bloed uitkwam. Ik kwam erachter dat ik leefde, ik zag een klein stukje leven uit me wegvloeien. Hoe zou het zijn als je dat bij je polsen deed? Godzijdank durfde ik het niet. Ik had wel niets meer om voor te leven, maar ik wou het mijn moeder niet aandoen, die in haar na?viteit dacht dat ik een ?lief meisje? was. De ruzies werden steeds erger, en ik wist niets terug te zeggen. Ze belde me altijd op om alles wat niet goed aan me was te spuien, en ik wist niets terug te zeggen. Ik haat de telefoon. Nu nog, die angst voor telefoons zit er gewoon te diep in? De keren dat ze niet boos was, was ze een leuke vriendin. Ze vertelde me al haar geheimen, die ik nooit heb doorverteld. Ze was gepest, haatte zichzelf, en sneed zichzelf zelfs. Ik was de begrijpende vriendin. Meer een knuffelbeer eigenlijk, die je kunt knuffelen als je verdrietig bent, en die je de ogen kunt uitrukken als je kwaad bent. Maar deze knuffelbeer kreeg er genoeg van. Ik probeerde haar te overtroeven op de enige manier die ik wist: met kennis. Zij was slecht in school, voor mij was het een makkie. Ik ging uiteindelijk naar het vwo, zij naar de havo. Dat was een ontzettende opluchting voor me. Toen ze nog ??n keer ruzie met me maakte was ik het zo zat dat ik de hoorn erop heb gemikt en haar daarna nooit meer aangekeken heb. Ik kwam in een klas met een paar meisjes, maar ik durfde niet te denken dat ik er ooit bij zou horen. Ik was het niet waard om een vriendin te hebben vond ik, en heb anderhalf jaar in eenzaamheid doorgebracht. Tot ik door toeval bevriend werd met een meisje dat bij het vriendinnenclubje van A. hoorde, en die ik in de eerste klas totaal niet mocht om haar continue dubbel liggen. Ik leerde haar echt kennen, en sindsdien zijn we onafscheidelijk. De eerste verliefdheid kwam, alhoewel ik me nu afvraag of ik het niet was omdat iedereen het was. Ik werd verliefd op de populairste jongen uit onze klas, een clown die zich maar al te bewust was van de vrouwelijke aandacht die hij kreeg. Ik ging naar mijn eerste feestje van klasgenoten. De drank vloeide rijkelijk, en iedereen moest de dansvloer op. Ik maakte de ene blunder na de ander en voelde me aan het einde van de avond zo miserabel dat ik naar huis wou. Als een soort klap op de vuurpijl kondigde mijn grote liefde aan dat hij een zoenwedstrijd ging doen met een andere jongen, wie het meeste meisjes kon krijgen op die avond had gewonnen. Hij versierde iedereen, behalve mij. Zwaar teleurgesteld in hem, en ook in mezelf, ging ik weg. Ik had weer een nieuwe levensles te verduren gekregen? Mijn vertrouwen in mensen was voorgoed beschadigd.
En in dat jaar werd ik ziek. En dan bedoel ik ?cht ziek, niet die chronische hoofdpijn waarvoor ik al jaren in de medische molen zat, maar CVS. Overal zat uitputting, in mijn benen, armen, hoofd, overal. Het ergste vond ik dat mijn concentratie en heldere denken spontaan weg waren. Ik ging bijna niet meer naar school, maakte geen huiswerk, en haalde achten en negens. Het boeide me helemaal niets. Die jaren zijn als ??n grote waas in mijn herinnering. Ik leek een robot, ik deed alles zonder na te denken, en ik wilde op het laatst ook niet meer nadenken. Hoeveel doktoren en psychologen ik heb gezien, weet ik niet meer. Teveel, in ieder geval. Niemand die ook maar iets verbetering bracht. We hoorden van een revalidatiecentrum, dat claimde elke CVS-er te kunnen genezen. Dat was mijn laatste hoop, om daar opgenomen te worden. En dat gebeurde.
De dag was grijs, zo ontzettend grijs, evenals het gebouw zelf. Met geel erbij dat ontzettend vloekte. Buiten zaten mensen in rolstoelen te doen alsof ze het gezellig hadden, maar ik voelde dat het slechts oppervlakkig was. Ik was er pas drie minuten binnen, toen alles in me schreeuwde dat ik eruit wou, dit was veel te beklemmend, in deze sfeer zou ik niet kunnen leven? een enorme angst kroop naar mijn keel, ik durfde niet, ik wilde niet, en ik moest. Dit was mijn laatste hoop. Met alle kracht die ik in me had sleepte ik mezelf naar ?mijn? afdeling. Mijn kamer deelde ik met drie anderen. Een grijs leeg prikbord, een bed en een kleine kast. Een grijze vloer, wit-grijze wanden. Hoe kan een dag zo grijs zijn? Een vrouw met grijs haar vertelde me hoe alles werkte. De minuten kropen voorbij, en het naderende afscheid met mijn ouders beklemde me steeds meer. Ik wilde rust? ik moest per s? in de huiskamer gaan zitten, om met de anderen kennis te maken. In mijn behoefte aan alleen-zijn pakte ik een boek en deed of ik las. Het hielp een tijdje. Toen gingen mijn ouders weg. Tot mijn spijt moet ik vertellen dat het me absoluut niet lukte om me sterk te houden, ik heb ze gesmeekt om me mee terug te nemen? Maar hoe moeilijk het ook was, ze gingen uiteraard zonder mij weg. Ik bleef alleen achter in de chaos. Met het eten gooide ik mijn beker om, knoeide met de hagelslag (wie neemt er dan ook hagelslag op de eerste dag?) struikelde over een rolstoel en liep de jongenskamer in. En ach, ik heb het overleefd. Ik vond na een paar dagen een maatje, met wie ik altijd optrok. Het bleef ontzettend moeilijk om me daar te handhaven, al het sociale dat ik in me had, had A. er allang uitgestampt, contacten leggen ging moeilijk. Maar het ging al beter! ?s Avonds kreeg ik goeie gesprekken met mijn andere kamergenoten, en overdag was het ook wel te doen. Ik kon alleen nooit alleen zijn. Tot ik de wc?s ontdekte. Ik weet niet of je die wc?s kent, maar die zijn echt supergroot, zodat rolstoel en begeleider alle ruimte hebben. Ik deed de deur op slot en bleef er uren zitten.
Het was in die tijd dat ik pas echt ontdekte wat muziek voor mij betekende. Onder de vele therapie?n was ook muziektherapie. Zingen, fluitspelen en met anderen muziek maken was geweldig! Dat gaf me weer kracht om er een week tegenaan te gaan. Alleen de zondagavonden bleven moeilijk, ik mocht namelijk in het weekend naar huis, en dan moest ik zondagavond weer terug. Elke kilometer die je dichterbij komt, komt dat beklemmend gevoel weer boven, een angst die steeds heftiger word en tot een hoogtepunt komt als we de parkeerplaats op rijden. Dan krijg ik zin om spontaan in janken uit te barsten. Niet dat ik dat doe, ik heb mezelf al jaren geleden beloofd om niet meer te huilen.
Maar goed, uiteindelijk heeft het niets geholpen. Die therapie is niets voor mensen die anders zijn, zoals ik. Ik heb me daar nooit thuis kunnen voelen, laat staan dat ik me op de behandeling zelf heb kunnen richten. En zo zat ik weer thuis, een ervaring en desillusie rijker. En op de ??n of andere rare manier ging het thuis ineens goed. Ik kreeg energie erbij, en voelde me goed. Ik pakte school weer op, slechts een paar uur per dag, en ik sloot nog een paar vakken af, zodat ik het jaar erop minder hoefde te doen. Ik had toen ook met pijn in mijn hart besloten om naar de havo te gaan. Iedereen zei dat het verstandig was, maar zo voelde het niet. Het voelde alsof ik weer faalde, zoals ik altijd al in alles faalde. Maar het tegengestelde bleek. De havo was voor mij ontzettend makkelijk, en al kon ik maar een paar uur per dag naar school, ik hoefde bijna geen huiswerk te maken. Ik zat steeds meer op het internet, ik vond een forum waar mensen met dezelfde interesses als ik op kwamen, en ik werd voor vol aangezien, in sommige gevallen zelfs als een leider. Mijn msn-lijst werd steeds voller, en ik stortte me volop in de sociale contacten (de Hoogstraat heeft me hierin heel veel geleerd). Op school had ik geen vriendinnen, maar de wetenschap dat thuis al mijn vrienden me digitaal zouden omarmen, was een opluchting. Ook ging ik gitaarspelen. Dat is het beste dat me ooit is overkomen, al mijn frustraties kon ik kwijt. Mijn leraar was verbaasd over mijn vooruitgang, maar ikzelf niet. Ik wilde dit, hier lag mijn toekomst in, ik moest en zou hier iets in bereiken. Ik speelde, en speel nu nog 3 uur per dag. Er zijn dagen dat ik te moe was om te spelen, en mijn spieren het begaven, maar ik zette door, soms ten koste van mijn gezondheid. Een daadwerkelijk doel had ik niet, die heb ik nu pas. Ik herinnerde mij de betekenis van muziektherapie voor mij en mijn altijd aanwezige drang om anderen te helpen. Ik heb drie maanden geleden het toelatingsexamen gedaan voor de hbo-opleiding creatieve therapie richting muziek, en ben aangenomen!
Van het forum ben ik inmiddels beheerder (met een paar anderen), en meer forums volgen. Ik voel me daar thuis, het is een hecht clubje van fantasy-liefhebbers, met allemaal hun eigen vreemde dingen, en uit de warme vriendschappen daar is nu een liefde ontstaan tussen een jongen en mij, die echt ontzettend diep en hecht is. Hij kent mijn verleden, hij weet zoals ik ben, en neemt ze zoals ik ben. Ook al neem ik mezelf nog steeds niet zoals ik ben? Ziekte zit nog steeds in mijn lichaam, maar ik leer ermee om te gaan. Ik loop bij een psycholoog, de eerste die me begrijpt, en de eerste die zijn vinger op de plek heeft gelegd waar het misschien wel allemaal mee begonnen is: ben je soms hoogbegaafd? Ik heb veel testen gedaan, en daar blijkt uit dat ik dat inderdaad ben. En daarbij ben ik ook nog hoog sensitief, ik voel dingen goed aan. Al mis ik nog steeds het emotionele deel, ik heb mijn emoties lang geleden uitgezet, en mijn verstand alles laten overnemen, en ik kan de knop nog niet omzetten. Maar ik gun het zijn tijd, als ik iets heb geleerd dan is het wel geduld. En ik leer te vertrouwen.
